Historiek

 

Historiek Hoger-op Mielen

Uit het boek, "Mielen mijn dorp" (J. Massa †)

 

In onze streek bestonden reeds fanfares vóór de eeuwwisseling o.a. in Jeuk Borlo en Gingelom. De fanfare van Aalst werd gesticht in 1912.

 

Tijdens en onmiddellijk na de oorlog 1914-1918 zien we geen nieuwe muziekmaatschappijen tot stand komen. Rond 1925 schijnt er nieuw leven te komen. Nieuwe fanfares worden opgericht te Klein- Gelmen te Niel en een harmonie te Gelinden. Het wekte dan ook geen verwondering dat naar het voorbeeld van de omliggende dorpen sommige dorpsgenoten ook van een fanfare begonnen te spreken in Mielen-boven-Aalst.

 

Die gedachte schoot eerst wortel op de Daal. In de herberg bij Amandus Heeren bloeide een handboogmaatschappij. Jaarlijks hielden de leden een feest waar wel eens toneelstuk jes werden op­gevoerd in de kleine gelagzaal. Op aanvraag werden die stukjes naderhand door het publiek opgevoerd dat langs deuren en vensters moest toekijken naar de acteurs die zelfs over geen podium beschikten.

 

Zo voelde men aldra de noodzaak om over een toneelzaal te beschikken. Op aandringen van vooraanstaande personen uit de gemeente besloot de baas "Amandus Heeren" op eigen kosten een zaal te bouwen. Naar het voorbeeld van Klein-Gelmen keek men uit naar de noodwoningen in Vlaanderen.

Men vond de oplossing toen de houten noodlokalen van een middelbare school in Nieuwpoort werden verkocht. Met het gebinte en de planken werd in de lente van 1926 in Mielen een zaal rechtgezet met een lengte van dertig meter en een breedte van zeven meter. De heer Albert Strauven een eenvoudige werkman maar toch een knappe kerel wist dadelijk aanhangers te vinden om een fanfare op te richten. Aan mij (J. Massa) werd gevraagd de leiding op te nemen. Voorwaar geen gemakkelijke taak. Er waren geen instrumenten, geen muzikanten en geen geld. Toen ik echter ondervond hoe alle inwoners er achter stonden en hoe flinke krachten me terzijde stonden besloot ik maar te starten.

 

Om in die jaren vijfendertig spelers van instrumenten te voorzien was een kapitaal van om en bij de twintigduizend frank nodig. Weldra kwamen de eerste twee giften van vijfhonderd binnen van Arthur Tachelet en Louis Gijsens die dan ook de twee erevoorzitters werden. Erop en erover werd de leuze en verdere omhalingen in het dorp brachten meer dan vijfduizend frank op.

Bij het huis Mahillon in Brussel werden de instrumenten besteld voor ongeveer twintigduizend frank, te betalen in vier stortingen. Reeds in augustus van hetzelfde jaar hielden we onze eerste toneel- en zangavond. De opkomst was buitengewoon en bracht alleen aan inkomgeld tweeduizend frank op.

 

Op die eerste bijeenkomst werd het vaandel van de vroegere zangmaatschappij overgenomen.

 

In november van 1927 bezaten we 35 instrumenten, decors voor toneelopvoeringen en geld in kas.

 

Dit mooie gebaar van de Mielenaren werd alom bewonderd en was een spoorslag voor bestuur en spelende leden om degelijk werk te leveren.

Helaas, hij die voorman was geweest van het eerste uur en er al zijn krachten had aan gewijd, stierf reeds in maart 1929. Onze eerste voorzitter Albert Strauven was niet meer en dit betekende een werkelijk verlies voor de maatschappij. Gelukkig kon de nieuwe voorzitter Joseph Dubois evenals zijn voorganger spoedig ieders genegenheid winnen. In 1938 werd de fanfare gesteund door 56 ereleden. Dit is wel een bewijs van de groei en bloei van de maatschappij.

 

Na 1938 waren we al dadelijk toe aan de moeilijke mobilisatie- en oorlogsjaren 1939-1945.

Het toenmalige bestuur nam al in de eerste dagen van de bezetting het, achteraf bekeken zeer wijze besluit, alle muzikale bedrijvigheid stop te zetten om de twee volgende redenen :

 

Wanneer de fanfare actief bleef bestond de mogelijkheid dat ze onvermijdelijk vroeg of laat zou uitgenodigd worden om hier of daar een festiviteit op te luisteren met een pro-Duits gezind tintje, misschien wel een Duitse manifestatie. Om die moeilijkheden te voorkomen werd eensgezind besloten de fanfare tijdelijk te ontbinden. Achteraf bekeken leek het een wijs besluit.

 

Een tweede reden waarom de maatschappij moest verdwijnen was de mogelijkheid van een nieuwe koperslag. Iedereen herinnerde zich nog hoe in de vorige oorlog al het koper door de bezetter werd opgeëist om tot oorlogsmateriaal te worden verwerkt. Uit het relaas van het ontstaan van de fanfare kon de lezer zich een gedacht vormen van de enorme kosten verbonden aan de aankoop van een vijftigtal instrumenten. Zo een ramp moest absoluut vermeden worden.

 

De instrumenten doken hier en daar onder en zijn gelukkig voor de naoorlogse periode kunnen gered worden. Toen de bezetter einde 1944 het land werd uitgewalst werden de koppen weer bijeengestoken de fanfare moest herleven. Wat al jaren de trots van de gemeente was zou herrijzen. Met volle moed werden de vooroorlogse tradities: uitstappen in eigen dorp, deelname aan festivals en muzikale uitvoeringen in Dinant, Oostende, Brussel en Antwerpen hernomen.

 

Om het peil van de concerten wat omhoog te tillen werd regelmatig deelgenomen aan kantonnale en provinciale stapwedstrijden waarin steeds bevredigende resultaten werden behaald. Langs radio en televisie kregen de mensen de laatste jaren zeer goede muziek in huis, zodat concerten op kiosk niet meer in de smaak vielen van het publiek. Men ging dan ook meer aandacht besteden aan het showelement.

 

In Mielen ging men ook geleidelijk over naar show. Men begon met de aankoop van een aangepast uniform voor al de leden. Een zware dobber voor de kas zodat beslist werd een gedeelte door de muzikanten zelf te laten betalen. Maar door de grote inzet van het ijverige bestuur konden de nodige fondsen worden bijeengebracht. Men richtte Vlaamse kermissen in, eerst in open lucht, later in reuzetenten.

Er werd beroep gedaan op de vrijgevigheid van de bevolking. Er werd jaarlijks een souper gehouden voor de ereleden. Door de toenemende welstand onder de bevolking werd praktisch iedereen erelid. De mensen aanzagen het als een affront niet te worden aangesproken als erelid. De lijn van de show werd verder doorgetrokken. De fanfare werd versterkt met eerst, een mannelijk en later een vrouwelijk trommelkorps en als klap op de vuurpijl, na de fusie van 1970 met een stel vrolijke vrouwelijke majoretten van Buvingen, een majorettenkorps. Die laatste nieuwigheid, een werkelijke streling voor het oog, was voor een kleine gemeente als Mielen niet houdbaar en is in 1977 verdwenen.

In de naoorlogse jaren is het voorzitterschap herhaaldelijk in andere handen overgegaan. Na de dood van Joseph Dubois werd hij achtereenvolgens opgevolgd door Joseph Vanmeer, Boudewijn Craninx, Firmin Joris, .... Voor het ogenblik neemt Monique Strauven die taak op zich.

 

Ook de dirigenten volgden elkaar op.

Na het ontslag van meester Vanmarsenille, dirigent van bij het ontstaan in 1926 tot 1967 kregen we een jonge belofte te pakken. Onze dorpsgenoot Hugo Lismont, eerste prijs piano aan het conservatorium van Antwerpen.

Hij hanteerde, met veel lef de dirigeerstok van 1967 tot 1976, terwijl Boudewijn de trommelaarsters en majoretten onder zijn leiding had.

In 1976 werd Hugo opgevolgd door Marcel Vanderycken uit Velm, eerste prijs voor trompet van hetzelfde muziekconservatorium. Die beide dirigenten richtten de fanfare naar meer moderne stukken, die moeilijk om spelen waren, maar die toch fel in de smaak vielen.

Als ik nog vermeld dat de fanfare na dertig jaar bestaan tot koninklijke werd verheven en dat door bouwvalligheid van het stichtingslokaal de parochiezaal dienst doet als lokaal zijn meteen de meeste markante feiten uit het bestaan van die sympathieke vereniging neergeschreven.

Alhoewel bestuur en spelers te kampen hebben met twee concurrenten als radio en televisie en andere moderne muzikale uitvindingen houden ze toch verbeten de ongelijke strijd vol.

Met een flink bestuur en met idealistische jongeren die op tijd voor de aflossing zorgen is de koninklijke fanfare "Hoger Op" Toch nog lang niet ten dode opgeschreven.

 

Hoger op volgens J. Massa †

Fragment uit zijn boek "Mielen, Mijn Dorp"

 

 

 

Oorlogjaren

Tijdens de oorlog werd de harmonie tijdelijk opgeheven.

Het bestuur wou zo voorkomen dat men voor de Duitse bezetter moest spelen en de instrumenten zouden vernietigd worden door een nieuwe koperslag.

Harmonie lokaal

 

Hoger-op Mielen beschikte vroeger over een eigen repetitielokaal. Dit stond waar nu Ludo Luwel en Edith Craninx wonen.

Leden 2016

 

Vandaag de dag beschikt de harmonie over een 40-tal actieve leden. Het merendeel van de leden is jonger dan 30 jaar.

 

Ons jongste lid is 7 jaar, ons oudste lid werd dit jaar 82.

 

Meer info over onze leden.

COPYRIGHT ©2014-2016 | Het gebruik van alle inhoud op deze website is verboden, zonder vooraafgaandelijke toestemming .